Zaterdag was altijd mijn vaste hardloopdag. Meestal liep ik zo’n 10 km, prima te combineren met een van mijn andere hobby’s: tennis.
Ooit wilde ik graag weer eens 16 km lopen, maar het lukte me niet om zelfstandig verder te trainen. Ik heb een stok achter de deur nodig. Die vond ik op 24 april 2025, toen ik voor het eerst meeliep met LoopgroepZuid.
De eerste keer waren met een klein groepje. Een aantal leden was nog aan het herstellen van de marathon van Rotterdam, anderen waren op vakantie of afwezig. Ik liep samen met Marti en Walter en mocht het tempo bepalen. Natuurlijk wilde ik een goede indruk maken, maar ik was te enthousiast. Na een paar kilometer moesten we al terugschakelen. Het was mij wel bevallen dus ben ik lid geworden.

In de weken daarna leerde ik steeds meer lopers kennen. Ik werd door iedereen hartelijk ontvangen. De groep is divers: snelle en minder snelle lopers, ieder met een eigen motivatie. Wat meteen opviel was het sterke groepsgevoel. Niemand wordt achtergelaten. Samen uit, samen thuis.
Ik liep qua tempo in de middenmoot. Voor mij een groepje, en achter mij ook. In dat achterste groepje liep Lucienne. Ze zag mij lopen en zei dat ik een slechte loper was en vroeg zich af wie mij dit had aangeleerd. Dat kwam even binnen. Ze doelde op mijn zwakke enkels, die naar binnen zakken, overpronatie heet dit in de loopwereld. Ze had helemaal gelijk. Voor het eerst in mijn leven deed ik een loopanalyse en ging ik met passende schoenen de deur uit.
Ik trainde twee keer per week met de groep: interval op dinsdag en een korte duurloop op donderdag. Op zaterdag liep ik nog mijn eigen 10 km. Af en toe een andere omgeving vind ik fijn maar ook omdat ik de zondagochtendtraining 09:30 in het begin wat te vroeg vond.
De trainingen werden steeds leuker. Je voert leuke gesprekken, krijgt wat advies over voeding en wordt ook uitgedaagd om sneller te lopen. Het tempo van de snellere lopers bleef lastig, maar mijn plezier groeide.
Zelfs bij slecht weer werd er gelopen. Op 1 van de regen dagen belde ik Marti met de vraag of het wel door gaat. “Natuurlijk, zolang er geen bomen omwaaien en er geen onweer is, wordt er gelopen.” zei hij. En dat bleek te kloppen. Maar gelukkig zijn de keren dat het echt slecht weer is geweest op 1 hand na te tellen.

We begonnen ook nieuwe doelen te stellen. Tijdens een training vertelde ik dat ik nog nooit 10 km binnen het uur had gelopen. Marti zag dat als een uitdaging en niet veel later was dit gelukt.
Ik werd steeds fanatieker. Dat was soms lastig te combineren met mijn tennis. Twee intensieve sporten op één dag bleek te veel, dus ik zocht naar meer balans. Uiteindelijk ging ik ook op zondag meelopen, in een groepje loop ik makkelijker dan alleen.
Samen met de groep kozen we evenementen om naartoe te trainen. In het najaar van 2025 liepen we met een groepje de 16 km Zevenheuvelenloop en later in December de 15 km Bruggenloop. Daar ben ik trots op. Mijn enthousiasme werkte aanstekelijk, want ook Esther sloot zich aan bij LoopgroepZuid.
Aan het begin van het nieuwe jaar startte de voorbereiding voor de marathon. Ik had zelf geen marathonambities, maar trainde wel mee. Gewoon om te kijken hoe ver ik zou komen, en omdat erg het gezellig was. Naast lopers waren er ook fietsers die meegingen om onderweg voor de nodige water en support te zorgen.
De zondag trainingen werden steeds langer. Ik begon met 23 km, meteen een persoonlijk record. Daarna volgden 25, 28, 30, 32 en uiteindelijk 35 km.

De langere afstanden vielen niet altijd mee. Ik maakte fouten, zoals een lange wandeling de dag ervoor of een tapas- en wijnavond op zaterdag. De trainingen van 30 en 32 km gingen moeizaam, het ging al beter maar kon beide net niet tot het einde voltooien. Op 22 maart stond de laatste training gepland, 35 km. Weer liep ik ietsje verder maar bij 32km was ik totaal uitgeput en heb het laatste stukje rustig gewandeld.
Toch begon het idee van een marathon te groeien. Na een laatste overleg met Walter en Marti, en wat aanmoediging van collega’s, hakte ik op 25 maart de knoop door: ik ging het doen en al vrij snel kon ik een start bewijs bemachtigen voor de Rotterdam Marathon op 12 April.

Een paar dagen later sloeg de paniek toe. Wat begon met wat snotteren, werd keelpijn, hoofdpijn en extreme vermoeidheid. Slechte timing, maar Ik was ziek geworden. Ik rustte veel en knapte langzaam op, maar ik begon te twijfelen of ik het nu wel moest doen. Op 4 april probeerde ik 10 km, maar moest stoppen bij 7 km. Dat gaf geen zelfvertrouwen dus op 6 april liep ik 14 km, wat al beter ging. Het was kort dag voor de marathon maar genoeg vertrouwen om door te zetten.
Nu begon ook het ‘stapelen’: pannenkoeken, pasta en witte bolletjes met jam eten. Op 10 april sloten we af met een gezamenlijke pasta en pannenkoek maaltijd. Toen was het ineens zover. 11 April mijn startbewijs opgehaald en nog even gezellig over de Expo gelopen met Monique, Lucil en Renata en verder uitgerust.

12 april: marathondag.
De weg ernaartoe was bijzonder, maar de dag zelf was heel indrukwekkend. Langs het parcours stonden veel bekenden: clubleden, collega’s / kennissen, familie, en natuurlijk Esther. Dat gaf ontzettend veel energie.

Tot 19 km liep ik samen met Marti, die het tempo goed bewaakte. Daarna ging ik alleen verder. Tot 28 km ging het redelijk, maar vanaf 30 km werd het zwaar. Ik kreeg pijn in mijn knie en bekken, dit had ik nog niet eerder meegemaakt met de trainingen. Ik vroeg mij af hoe ik dit nog 12 km moet volhouden.
Opgeven kwam in me op, maar dat bleek praktisch lastig en mentaal eigenlijk geen optie. Er stonden nog mensen langs het parcours die op me rekenden. Dus ging ik door, wandelend en rennend.
Bij 37 km stonden mijn collega’s en Peter gaf mij nog een laatste gelletje. Hier besefte ik dat ik zelfs wandelend binnen de tijd kon finishen, en toen wist ik het: ik ga dit halen.

Langzaam rende ik verder door het enthousiaste luidruchtige publiek. Bij 39/40 km zag ik het echt niet meer zitten maar toen gebeurde er iets onverwachts: ineens tikte Marti mij op de schouder. Dat was een zeer aangename verassing en gaf me een enorme boost. Samen liepen we de laatste kilometers.
Na 42,195 km kwam ik over de finish in 4:54.
Missie geslaagd: mijn eerste marathon.
Na afloop kreeg ik veel complimenten en vaak de vraag of ik het nog eens zou doen. Absoluut geen nee… maar Rotterdam? Daar twijfel ik nog over.
Eerst maar eens nagenieten van die medaille.





